Beschrijving
Recensie Tijdschrift Schreef
jaargang 40 sept-dec 2025 van Taalpodium
Snuifkusjes voor het prinsesje
Bloedlijn door Mirjam Musch. Gedichten, 50 paginaâs. Uitg. 2025 Gopher, Den Bosch, âŹÂ 19,45
Meteen bij het openslaan van Mirjam Muschâ gedichtenbundel âBloedlijnâ ben ik verkocht. Ik stuit op een motto uit Pramoedya Ananta Toers politieke roman âKind van alle volkenâ uit 1981. Samen met drie andere romans vormt het Toers meeslepende epos van de losscheuring van IndonesiĂ« uit het Koninkrijk der Nederlanden. In 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats. Vele kolonialen en met hen de Molukkers en de gemengdbloedige Indoâs nemen voorgoed de wijk naar Nederland. Hier begint ook het verhaal van Musch, als haar Indonesische moeder â zwanger van haar â met de stoomboot in Rotterdam aankomt.
Haar moeder is niet gelukkig, zo tilt het gedicht âverwachtingâ een tipje van de sluier op. Op de boot denkt ze aan haar eigen moeder die achter een potdichte keukendeur gevangen zit in haar gedachtenspinsels. Wie weet is die moeder met haar dochter geĂŻnterneerd geweest in een jappenkamp en opgejaagd in de bersiap-tijd die daarop volgde. Dat blijft in het gedicht onbenoemd. Dat laat ruimte voor een gewaagde meesterzet: bijna onmerkbaar wisselt het gedicht van perspectief. Het kindje in haar buik neemt het woord: âIk wil haar gelukkig zien (âŠ) // ik duw met mijn elleboog // de boze geesten van mijn moeder opzij // Weg jullie!â
Het is een omkering van de zwaarte van een bestaan naar hoop, lichtheid en nieuwe toekomst.
Overal in Mirjams gedichten kom ik de pijn van het moeten vluchten tegen, maar telkens is er iemand â âlachend als troostâ, gekke Indische tantes of een vader zo sterk als een boom â die de pijn verzacht. De familiegeschiedenis in deze bundel begint bij haar grootmoeder.
De foto op de voorkant van het boekje toont een jonge Indische vrouw in een sneeuwwitte jurk met kant en ruches, de linkerarm zorgvuldig gedrapeerd over de armleuning van een kuipstoel. Het is het meisje uit 1918 dat Muschâ oma zou worden. De foto is er typisch zo eentje die koloniale families in Bandoeng, Batavia of Buitenzorg lieten maken. Gelukkig trapt de schrijfster niet in de valkuil van indo-bellettrie waar klappermelk en waringinboom de hoofdrol spelen. Musch reconstrueert haar voormoeder met intieme beelden als snuifkusjes voor het prinsesje en bloeddruppels op de lakens als de vrouw in wording gaatjes in haar oren laat prikken. Het is taal waarin het ongezegde net zo goed meespreekt. Mij bekruipt gaandeweg het idee deze familie ergens van te kennen!
Maar Muschâ bloedlijn gaat verder dan het familie-dna. Haar gedichten nemen de lezer ook mee naar indianen in Latijns-Amerika wier land en waterbronnen worden afgepakt en naar migranten uit Afrika en het Midden-Oosten op zoek naar geluk in een nieuw land. Hun gewondheid klopt even hevig als in het gedicht âmoederâ in wie de oorlog was gevlucht, waardoor zij âmaanden verdween in een rusthuisâ.
Een ode aan alle moeders die aan het leven zijn stukgegaan en toch hun kinderen wisten groot te brengen lees ik in âvlakke vloerenâ. De lyrische ik doet de vloeren in een ziekenhuis en herinnert zich haar moeder in het land van herkomst. En Mirjam schrijft: âik dweil voor haar de glans terug, // mijn rug buigt weemoedig meeâ.
De gedichten in âBloedlijnâ laten me niet meer los.
Werend Griffioen
| Prijs: | ⏠19.45 inclusief btw |
| Verzendkosten: | ⏠3.00 binnen Nederland |
| Levertijd: | 2 werkdag(en) |
| ISBN: | 9789083499734 |
| Formaat: | 140 x 210 millimeter (b x h) |
| Omvang: | 52 pagina’s |
| Verschenen: | 20 maart 2025 |





Er zijn nog geen beoordelingen.